Mijn middelbare school heeft me laten groeien

Voor veel middelbare scholieren, zoals ik (JongPIT’er Merel), komt de examenperiode steeds dichterbij. Natuurlijk horen bij een examenjaar examenstress, studiekeuzestress en de laatste zware loodjes. Voor mij is deze laatste periode ook een tijd van positief terugkijken, met een hart vol dankbaarheid voor mezelf, maar ook voor de mensen om me heen.

Hoewel de middelbare schooltijd voor mij, als scholier met een chronische ziekte en beperking, extra uitdagend was, kijk ik er met gemengde gevoelens op terug. Afscheid nemen en met een hoopvolle blik naar de toekomst kijken, ook al weet je nog niet hoe die eruit zal zien.

Ik startte als 12-jarige vanuit het speciaal onderwijs in het regulier onderwijs. Voor mij was dit een grote stap, maar ook iets unieks. Ik ben namelijk een van de bijzondere verhalen: iemand die met mijn syndroom naar de TL kon.

Daar ging ik dan, als 12-jarige, van de veilige omgeving waar ik negen jaar had rondgelopen — waar ik iets minder bijzonder was en veel had geleerd — naar een grote school waar ik niemand kende.

Al gauw vond ik de lessen leuk, maar het ‘bijzonder zijn’ door mijn syndroom vond ik helemaal niet fijn. Mensen dachten al snel: “ze heeft een beperking, dus ze zal wel niet leuk zijn.” Daardoor werd ik best onzeker.

Daarnaast kreeg ik steeds meer lichamelijke klachten; er kwam veel op me af door mijn syndroom. Ik moest steeds vaker naar het ziekenhuis en zat daardoor ook steeds vaker thuis. Mijn gezondheid kreeg steeds meer controle over mijn leven.

Ik werd steeds meer een moeilijker geval qua ondersteuningsbehoeften en kreeg minder zin in school, waardoor ik op zoek ging naar een school die me goed kon helpen. Waar ik veel werd afgewezen,wilde eigenlijk maar een school me hebben. 

Na een periode thuis te hebben gezeten door mentale problemen startte ik op het Lentiz Geuzencollege. Ik dacht: ik ga dit gewoon doen, en hoe het ook eindigt, ik mag trots zijn op mezelf. Zo kwam ik in november voor de eerste keer de school binnen. Ik dacht echt: wat doe ik mezelf aan? Wat een verschil. Meteen werd ik gezien, en geluisterd naar mijn verhaal. Ook al ik een ondersteuningsbehoefte heb, kreeg ik de kans om mee te beslissen over hoe ik mijn onderwijs zag. Doordat ik me zo gezien voelde, voelde ik steeds meer vertrouwen in mezelf maar ook in mijn docenten. Hierdoor leerde ik steeds meer hulp te vragen in plaats van alles zelf te willen oplossen (ondanks dat ik dat nog steeds heel graag doe). Als het nodig was stonden veel docenten klaar om me een luisteren oor te bieden.

Ondertussen ging mijn medisch hectische leven gewoon door. Maar ook hierin heeft mijn school me goed geholpen. Iedere week fysiotherapie, veel ziekenhuisbezoeken en chronische vermoeidheid zorgden ervoor dat ik vaak moe was of in het ziekenhuis lag.

Ondertussen sportte ik niet meer en maakte ik steeds vaker gebruik van mijn rolstoel. Steeds meer werd het de nieuwe realiteit: de rolstoel, mijn ziekte en het ziekenhuis.

Ik vond het best lastig om zichtbaar ziek te zijn, omdat ik veel vragen kreeg (die ik soms liever niet kreeg).

Ondertussen was ik toe aan iets nieuws en sloot me aan bij de Kinderadviesraad, het succes wat een groot succes is geworden. Naast dat het me veel steun gaf, kon ik ook naast school met leuke dingen bezig zijn. Ik groeide hier ook steeds meer door, en mijn zelfstandigheid werd steeds groter. Ik reis soms het hele land door voor de KAR. 

Door onder andere de steun van de KAR, ging ik me verhaal delen met de klas. Ik had hier behoefte aan zodat mijn klasgenoten weten wat ik had en hoe ze me konden helpen. Ik vond dit heel eng, maar toch heb ik het gedaan. Later had ik het zelfs nog voor de medewerkers van de school gedaan.

Medisch gezien kwamen er ondertussen best veel zorgen bij, ik had namelijk last van een tumor in mijn schildklier. Dit zorgde voor veel confrontatie: mijn leeftijdsgenoten groeiden normaal op en konden alles, terwijl ik steeds minder kon.

Toch werd ik steeds dankbaarder, want alles wat ik nog wel kon, ben ik steeds meer gaan waarderen. Die ene docent kon voor mij het lichtpuntje van de dag zijn. School was voor mij ook vaak een moment van plezier, en even niet aan mijn ziekte denken.

“Ik kom altijd wel enthousiast thuis van school. Bij de drukke en gezellige docenten gaat het dak eraf, terwijl ik bij anderen juist heel goede gesprekken voerde! Mijn docenten proberen school ook echt leuk te maken!”

Na de ‘Anne Fleur-vakantie’ (ziekenhuiseditie) was ik degene die stond te springen om weer naar school te gaan. School geeft me echt afleiding en veel plezier. Ondertussen werd ook de politicus in mij wakker en ging ik de politiek in. Eigenlijk had ik nooit gedacht dat ik ooit de politiek in zou gaan.

“Klein beginnen, groots worden — dat is echt de samenvatting van de afgelopen jaren.”

Mijn school, het Geuzencollege, heeft de afgelopen jaren echt in me geïnvesteerd en een grote rol gespeeld in mijn ontwikkeling. Ik heb echt mezelf mogen ontdekken en geleerd hoe ik ben en wie ik mag zijn, ondanks mijn beperking.

Vooral mijn gepassioneerde docenten, die me zagen als persoon, mijn mentoren en de zorgcoördinator hebben me enorm geholpen. Ze steunden me in tijden van hoop en verdriet en daarin ben ik echt gegroeid.

Ik weet niet goed hoe ik dit moet verwoorden, maar het Geuzencollege is echt een geweldige school waar ik ontzettend ben gegroeid! Ik ga waarschijnlijk zelfs naar de havo, en daar was mijn kinderarts echt trots op!

“Wat de toekomst ook mag brengen, ik ben dankbaar en trots! Ik kan echt veel meer dan ik had gedacht.”

Op de hoogte blijven? Volg ons op Instagram of LinkedIn.

Hulp nodig? Ga naar de community of stuur ons een bericht.

Naar iets specifieks op zoek?

Wij helpen je graag op weg!

Ben je op zoek naar een ander onderwerp? Staat je vraag of situatie er niet tussen?
Neem gerust contact met ons op.

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud