Met een beperking een muziekinstrument spelen

Als kind speelde JongPIT’er Merel een aantal jaar piano. Vond ze het destijds echt heel leuk? Heel eerlijk, niet per se. Het was meer een vanzelfsprekendheid, dan een bewuste keuze op dat moment. Echter kriebelde het tijdens haar tienerjaren keer op keer om het weer op te pakken. Helaas waren er steeds verschillende redenen waarom dat niet lukte, van een gebrek aan tijd of energie, tot pijn in haar handen. Nu is ze 22 en in de afgelopen maanden heeft ze toch het pianospelen weer opgepakt. In dit artikel deelt ze haar verhaal.

Waarom piano?

Als kind kwam ik vroeg in aanraking met muziek. Eerst met de blokfluit (wie is er niet di muzikale weg mee begonnen?) en daarna al snel met de piano. In de tussentijd probeerde ik ook andere instrumenten uit, maar er waren verschillende redenen waarom die niet mij pasten. Dus het werd piano. Als kind was ik niet per se fanatiek: ik volgde de pianolessen, maar het oefenen thuis schoot er vaak bij in.

In mijn tienerjaren speelde ik niet. Ik was bezig met allerlei andere dingen, zoals: school en theater én met ziek zijn want: ik was in de tweede klas van de middelbare ziek geworden. Helaas betekende dat ook dat ik veel dingen die ik wilde doen, niet kon doen. Waaronder piano spelen. Het kriebelde namelijk meermaals zodanig dat ik het weer op wilde pakken. 

De piano heeft me op een bepaalde manier nooit echt losgelaten. Zelfs in de jaren waarin ik geen noot speelde, had het instrument iets magisch voor me. Als ik iemand anders zag spelen, kon ik daar ademloos naar kijken en luisteren. De klanken raakten me, zelfs als het iets relatief eenvoudigs was. Het idee dat je met alleen je handen zulke emoties kon oproepen, bleef me betoveren. Ook al speelde ik zelf niet meer, de piano bleef ergens op de achtergrond aanwezig. 

Nu ben ik 22 en heb ik in de afgelopen maanden eindelijk de stap gezet om weer te gaan spelen. Ik kocht een – goedkoop – keyboard, die nu in mijn woonkamer staat op een plek waar ik met mijn rolstoel makkelijk bij kan.

Wat me over de drempel hielp, was de realisatie dat het niet ‘perfect’ hoeft te zijn. Dat is iets wat ik de afgelopen jaren op veel meer vlakken in mijn leven heb geleerd. Dat ik dingen op mijn eigen manier en in mijn eigen tempo mag doen. De piano was voor mij een vertrouwd terrein, maar toch ook een nieuw begin. Alles voelde weer als nieuw. Alles moest ik ophalen, mijn handen werken vaak niet mee en ook mijn energie niet. Maar het voelt op een manier als thuiskomen; dit keer met meer geduld, meer acceptatie en vooral met meer plezier. 

Uitdagingen

Hoewel het ontzettend fijn is om weer piano te spelen, is het niet zonder uitdagingen. Een van de grootste struikelblokken voor mij is de belasting op mijn handen. Door mijn aandoening krijg ik snel pijn in mijn handen en polsen. Hiervoor heb ik sinds een aantal maanden silver splints (spalken voor om mijn vingers, handen en polsen), maar deze halen niet alle problemen weg. Maar het maakt het wel makkelijker. Soms voel ik de pijn in mijn handen en polsen al na tien minuten, andere keren gaat het wat langer goed, maar het blijft iets waar ik continu rekening mee moet houden. 

Daarnaast heb ik beperkte energie, waardoor als ik iets langer dan een half uur doe, dat eigenlijk al te veel is. Dat betekent dat ik het spelen goed moet doseren en regelmatig moet pauzeren; hoe graag ik soms ook door wil. Eerder speelde ik gewoon door tot ik klaar was, maar nu luister ik beter naar mijn lichaam.

Naast de fysieke kant, is er ook een mentale uitdaging. Het vraagt best wat van me om mijn perfectionisme los te laten. Ik wil vaak meer kunnen dan mijn lichaam aankan en ik baal als iets niet lukt of als mijn handen niet doen wat ik in mijn hoofd hoor. Het tempo waarin ik vooruitgang boek is soms frustrerend traag, zeker als ik het vergelijk met hoe snel ik als kind dingen oppikte. 

Op dit moment volg ik geen ‘traditionele’ lessen en leer ik het mezelf opnieuw aan. Lesmethodes en docenten zijn over het algemeen niet ingespeeld op mensen met een beperking, waardoor het lastig is om op een traditionele manier lessen te volgen. Daarnaast zit ik met mijn beperkte energie en de onvoorspelbaarheid van mijn lichaam, waardoor het op de ene dag wel lukt en de andere niet en mijn belastbaarheid hierdoor nooit helemaal in te plannen is. Het is vast wel mogelijk om met een beetje moeite traditionele lessen te volgen, maar het is iets wat ik zelf niet heb geprobeerd. 

Maar het gaat ook goed!

Gelukkig is het niet alleen maar worstelen en aanpassen, er zijn ook genoeg dingen die goed gaan. Het belangrijkste is misschien wel dat ik er nu echt plezier in heb. Waar het vroeger voelde als een verplichting, is het nu iets waar ik bewust voor kies. Dat maakt een wereld van verschil. Ik speel nu stukken die ik zelf mooi vind, zonder me druk te maken over wat ‘moet’ of wat een methodeboek zegt. Die vrijheid zorgt ervoor dat ik met veel meer motivatie achter de piano zit.

Daarnaast komen sommige dingen verrassend snel terug, zoals de manier waarop mijn handen de weg lijken te kennen, ook al heb ik jaren niet gespeeld. Dat zijn van die kleine momentjes waarbij ik voel: oh ja, dit zit nog ergens in mij. Dat geeft niet alleen zelfvertrouwen, maar ook hoop dat ik ondanks alles nog steeds muziek kan maken.

Wat ook helpt, is dat ik beter ben geworden in luisteren naar mijn lichaam. Ik neem nu vaker korte pauzes tijdens het spelen en probeer het niet te forceren. Ook ben ik creatiever geworden in het aanpassen van dingen. Als een bepaalde vingerzetting pijn doet, probeer ik een andere. Als een stuk te snel is, vertraag ik het tempo. Ik pas de muziek aan mij aan, in plaats van andersom en dat werkt. Die flexibiliteit geeft ruimte om te groeien op mijn eigen manier.

Muziek op mijn manier

Terugkeren naar de piano is voor mij geen rechte lijn geweest. Het was, en is, een proces van vallen en opstaan, van opnieuw beginnen, aanpassen en accepteren. Maar het heeft me ook laten zien dat muziek geen prestatie hoeft te zijn. Het is een vorm van zelfexpressie en van plezier. 

Wat ik anderen wil meegeven: je hoeft niet te wachten op het perfecte moment, het perfecte lichaam of het perfecte plan. Begin met wat je hebt, waar je bent. Muziek laat zich niet beperken door diagnoses, pijngrenzen of tempo’s. Het past zich aan, als je dat zelf ook durft te doen.

Of je nu een paar tonen speelt of een heel stuk, of je het alleen voor jezelf doet of met anderen deelt: het is allemaal waardevol. Je mag het op jouw manier doen.

Op de hoogte blijven? Volg ons op Instagram of LinkedIn.

Hulp nodig? Ga naar de community of stuur ons een bericht.

Naar iets specifieks op zoek?

Wij helpen je graag op weg!

Ben je op zoek naar een ander onderwerp? Staat je vraag of situatie er niet tussen?
Neem gerust contact met ons op.

Scroll naar boven
Ga naar de inhoud