Door het feit dat ik zelf op een groep woon voor mensen met een beperking, leek het mij, Sidy, leuk om iemand om iemand te interviewen die begeleider is op een woongroep. Iemand van mijn eigen begeleiding zou te dichtbij zijn voor zo’n interview. Gelukkig heb ik via via iemand gevonden die mee wilde werken. Met haar had ik een bijzonder gesprek. Ik vond het leuk om te weten hoe haar werk in elkaar zit. Om het gesprek anoniem te houden en de privacy van haar en de bewoners te waarborgen, noemen we haar T.
1. Op wat voor locatie werk je en wat is de doelgroep?
T: “Ik werk op een woongroep waar 24 uur per dag begeleiding is. Hier wonen mensen met een verstandelijke beperking. Er wonen 12 bewoners op één groep. Dit is een groep met een laag niveau. Zo zijn er een paar bewoners die niet kunnen praten, maar sommige bewoners kunnen dit wel, dat maakt het iets makkelijker.”
2. Wat zijn je voornaamste dagelijkse werkzaamheden als begeleider?
T: “Ik werk meestal drie dagen in de week, dus de ene week het weekend en nog één doordeweekse dag. De andere week werk ik vaak op maandag, woensdag en vrijdag, dat wisselt een beetje af.
‘s Ochtends helpen we bewoners uit bed. Dan gaan er een paar bewoners naar dagbesteding en de anderen krijgen bij ons op de groep dagbesteding. Dagbesteding op de groep is vaak veel knutselen, haken, muziek luisteren, enzovoorts. Gaan de bewoners naar de dagbesteding toe, dan gaan ze naar een andere locatie waar ze bijvoorbeeld zakjes inpakken en andere industriële taken doen.
Verder bel ik bijvoorbeeld de huisarts wanneer dit moet, ben ik taxi’s aan het regelen en dat soort andere afspraken. Wij nemen zo goed als alles van de bewoners over. In totaal staan we, overdag, met twee begeleiders op de groep en ’s avonds met zijn drieën. Het is heel afwisselend werk, bij de ene bewoner moet je echt de lepel voor de mond houden om hem/haar/die te laten eten en andere bewoners kunnen zelf een boterham smeren. Er zit heel veel variatie in dit werk en dat maakt het voor mij leuk.”
3. Wat motiveert jou om met deze doelgroep te werken?
T: “De uitdaging, en ik kan heel erg van kleine succesjes genieten. Ook heb ik veel affiniteit met deze mensen.”
4. Wat zijn de grootste uitdagingen in dit werk?
T: “Dat zijn toch de bewoners waarmee je moeilijk kan communiceren. Ik wil als begeleider graag dat de bewoners zelf aangeven wat ze willen en doen wat ze zelf kunnen. Maar soms begrijp ik het verkeerd en dan kan een bewoner wel even boos worden.”
5. Kun je iets vertellen over een klein of groot succes dat je onlangs hebt gezien?
T: “Een klein succes wat voor mij heel waardevol is, is wanneer het wel lukt te communiceren met een moeilijk verstaanbare bewoner, die bijvoorbeeld glimlacht, waardoor je ziet dat je toch het goede doet.
Één van onze bewoners vierde zijn verjaardag en die wilde heel graag dat er veel begeleiding op zijn verjaardag was. Ik had eigenlijk een andere afspraak maar ben toch naar die verjaardag gegaan. Om te zien hoe blij hij daarmee was, was voor mij wel een groot succes.”
6. Hoeveel vrijheid hebben bewoners in hun dagelijkse keuzes?
T: “Ik denk dat dat bij hun in hele kleine dingen zit, zoals bepalen wat je die dag op brood wil, kiezen wat je aantrekt, waar je gaat zitten, of je wel of geen zin hebt om aan een activiteit mee te doen… De vrijheid zit hem in dit soort dingen, wanneer we open vragen gaan stellen lopen ze sneller vast en een aantal van de bewoners heeft ook echt veel structuur nodig.”
7. Waar haal je hoop uit binnen dit werk?
T: “Voor mezelf hoop ik vooral dat ik de bewoners een goed gevoel kan geven, en dat ik iets voor hen beteken. Ook hoop ik dat ik ze kan helpen met het leven structureren, op een prettige manier kan helpen in het leven, en te laten zien dat het allemaal niet zo spannend of moeilijk hoeft te zijn.”
8. Heb je het al wel eens meegemaakt dat er een bewoner is overleden?
T: “Ja, dat heb ik wel eens meegemaakt. Ondanks dat het mijn werk is en ik geen familie/vriendin van de bewoners ben, ben ik op zo’n moment toch verdrietig. Op de één of andere manier ontstaat er toch een band tussen ons en wanneer dat wegvalt kan ik toch best wel even overstuur zijn daarvan.”
9. Hoe zie je jouw eigen toekomst in dit vakgebied?
T: “Ik ben nu bezig met een andere opleiding, wel binnen de zorg. Met een heel moeilijk woord is dit psychodiagnostisch medewerker. Dit houdt in dat ik bijvoorbeeld vragenlijsten mag gaan afnemen bij cliënten, deze worden dan gebruikt voor de diagnosestelling. Dat zou betekenen dat ik dan meer op kantoor kom te werken, maar ik hou dan wel het contact met bewoners. Voor nu betekent dat dat ik nog een jaar moet studeren naast mijn werk.”
10. Wat zou jij mee willen geven aan mensen die niet zo veel weten over de gehandicaptenzorg?
T: “Dat ook onze bewoners gewoon mensen zijn. Mensen zeggen al snel als ik vertel waar ik werk: “Oh, dat zou ik niet kunnen”, terwijl het gewoon begint bij vriendelijk zijn naar je medemens, en gewoon contact (proberen te) maken. Dat moet iedereen eigenlijk kunnen. Het is ook een beroep, en natuurlijk kun je zonder diploma niet zomaar in de zorg gaan werken, maar als je je opleiding doet kun je erg ver komen.”
Vind jij het leuk om te praten over hoe en waar je woont? Kijk dan eens in de community!


