De Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning): veel jongeren met een beperking of chronische aandoening hebben in elk geval weleens van deze wet gehoord, of hebben hier zelf al ervaring mee. Vanuit de Wmo kun je via de gemeente verschillende soorten voorzieningen krijgen, zoals ondersteuning bij het huishouden, individuele begeleiding, een vervoersvoorziening (bijvoorbeeld om met de taxi in de regio te kunnen reizen), een rolstoel of een aanpassing aan je woning. Dit zijn maatwerkvoorzieningen en deze moeten dus passen bij jouw situatie.
Maar stel dat je zo’n voorziening nodig hebt, hoe pak je dit dan aan? Wat kun je verwachten als je hiervoor naar de gemeente gaat? Per gemeente kunnen er verschillen zijn in hoe dit er precies uitziet, maar in grote lijnen loopt een Wmo-aanvraag via de volgende stappen:
Wmo-melding doen
De eerste stap is een melding doen bij de Wmo-afdeling van de gemeente waar je woont. Meestal kan dit online via de website van de gemeente of door een mail te sturen. Maar je kunt de gemeente ook bellen of een brief sturen, zolang je maar contact opneemt met de gemeente.
In de melding kun je aangeven wat je graag zou willen en waarom je dit nodig hebt. De gemeente neemt na jouw melding contact met je op om een afspraak te maken.
Onderzoek
De gemeente doet onderzoek naar jouw hulpvraag en situatie. Hiermee wil de gemeente bepalen of jij in aanmerking komt voor een Wmo-voorziening en, zo ja, welke voorziening het beste bij jouw situatie past.
Het belangrijkste deel van het onderzoek is het gesprek tussen jou en een Wmo-consulent van de gemeente. Dit zogeheten keukentafelgesprek vindt meestal bij jou thuis plaats, maar in sommige situaties wordt dit ook telefonisch gedaan. Dit kan per gemeente en situatie verschillen.
In dit gesprek stelt de Wmo-consulent veel vragen om een goed beeld te krijgen van jouw situatie. Dit gaat voor een groot deel over de melding die je eerder bij de gemeente hebt gedaan, maar vaak worden er ook vragen gesteld over andere onderwerpen, bijvoorbeeld over hoe jouw dagelijks leven eruitziet.
Het is vooral belangrijk om in dit gesprek duidelijk aan te geven waarom jij de Wmo-voorziening nodig hebt om zelfredzaam (dus zo zelfstandig mogelijk) te kunnen zijn en/of om beter mee te kunnen doen (participeren). Denk bijvoorbeeld aan zelfstandig kunnen wonen en je huis schoon kunnen houden, zelf boodschappen kunnen doen of vrienden en familie kunnen bezoeken.
Soms kan de gemeente besluiten dat zij meer informatie nodig heeft over jouw medische situatie. Dit wordt een medisch advies genoemd. Je hebt dan een gesprek met een arts, die de gemeente meer uitleg kan geven over jouw medische situatie.
Ondersteuningsplan
Na het onderzoek stuurt de Wmo-consulent van de gemeente een verslag met de resultaten naar jou op. Dit wordt vaak een ondersteuningsplan genoemd. Hierin kun je het advies van de gemeente lezen.
Je kunt nog contact hebben met de consulent van de gemeente als er iets in het ondersteuningsplan staat waar je het niet mee eens bent of wat je niet begrijpt. Eventueel kan de gemeente nog dingen aanpassen voordat het officiële besluit wordt genomen.
Besluit
Na het onderzoek neemt de gemeente een officieel besluit over jouw Wmo-aanvraag. Hierover ontvang je een brief. Dit wordt een beschikking genoemd.
Bij een positief besluit staat hierin welke Wmo-voorziening je krijgt en wat je verder kunt verwachten.
Wijst de gemeente je aanvraag af? Ook dan krijg je een officiële beschikking waarin de reden voor deze afwijzing staat. Als je het niet eens bent met het besluit, kun je bezwaar maken bij de gemeente. In de beschikking staat hoe je dit doet.
Tips
Dit klinkt misschien als heel veel en ingewikkeld, en helaas kan dat het soms ook zijn. Het verschilt per gemeente en het maakt ook nog uit met wie je het gesprek voert, bijvoorbeeld of je een klik hebt met deze persoon.
Het kan helpen om het Wmo-gesprek samen met iemand te voeren. Dit kan een ouder of verzorger zijn, maar het kan ook iemand anders zijn die jou goed kent en die jij vertrouwt.
Ook kun je hulp krijgen van een onafhankelijke cliëntondersteuner. Deze persoon kan met jou meedenken over welke voorzieningen je misschien nodig hebt en hoe je de aanvraag hiervoor het beste kunt aanpakken. Ook kan de cliëntondersteuner je helpen bij het voorbereiden van het gesprek.
Daarnaast kan het helpen om te praten met anderen die al ervaring hebben met de Wmo. Misschien ken je iemand die al eerder een Wmo-aanvraag heeft gedaan, of kun je ervaringen vinden van anderen binnen JongPIT. Je hoeft het in ieder geval niet alleen te doen!


