Het onderwijs moet zich kunnen aanpassen aan het kind – niet andersom

Interview met Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw

^Margrite Kalverboer, Kinderombudsvrouw

U deed onlangs onderzoek naar passend onderwijs. Wat was voor u de reden om onderzoek te doen?

Er was mijns inziens te weinig bekend over wat kinderen zélf vinden en ervaren als het gaat om passend onderwijs: de knelpunten die zij tegenkomen, hun behoeften en oplossingen. Kinderen hebben het recht om hun visie te geven, zeker nu we op zo’n belangrijk punt staan, waarop het passend onderwijs is geëvalueerd en er plannen worden gemaakt voor de toekomst. Dat was voor mij de aanleiding om onderzoek te doen. 

Wat is de belangrijkste conclusie uit uw onderzoek?

De kinderen die wij ondervraagd hebben, bleken over het algemeen best tevreden te zijn over de ondersteuning die ze op school krijgen en zich ook thuis te voelen op school. Maar we zagen ook dat kinderen die meer dan één ondersteuningsvraag hebben of een behoefte die ingewikkelder is, niet erg tevreden zijn. Onze conclusie is dat het gewone scholen nog niet goed lukt om kinderen met een meervoudige of complexe ondersteuningsbehoefte de juiste hulp te bieden. 

Wat hebben de kinderen en jongeren meegegeven in uw onderzoek?

Kinderen zeggen zelf dat er op school te weinig aandacht is voor wie zij zijn en wat ze precies nodig hebben. Volgens kinderen heeft dat onder andere te maken met te grote klassen. Daarnaast ervaren kinderen dat er bij leraren en andere ondersteuners nog te weinig kennis is om hen echt goed te kunnen ondersteunen. Ook willen kinderen dat er beter en vaker naar hen geluisterd wordt en dat ze goede informatie krijgen over wat er mogelijk is op het gebied van ondersteuning.

Tot slot voelen kinderen zich niet goed geholpen als het in de klas en op school onrustig is, als er weinig structuur en instructie wordt geboden en de relaties onderling niet goed zijn. Een goed en veilig schoolklimaat hoort dus ook bij het verbeteren van passend onderwijs.

Uw onderzoek heet ‘Van passend naar inclusief’. Hoe moet inclusief onderwijs er volgens u uit zien?

Voor mij gaat inclusief onderwijs over scholen waar alle kinderen ongeacht hun achtergrond en ongeacht de extra hulp of ondersteuning die ze nodig hebben, samen onder één dak leren, spelen, vrienden maken en een goede jeugd hebben. School moet een plek zijn waar ieder kind zich veilig, vrij en geaccepteerd voelt. Inclusief onderwijs betekent ook dat een school ieder kind kan bieden wat het nodig heeft aan extra aandacht of ondersteuning, zodat het tot leren kan komen.

Een kind voelt zich niet vrij en geaccepteerd als hij merkt dat hij niet aan de norm voldoet. Het onderwijs moet zich kunnen aanpassen aan het kind en niet andersom.

Wat moet er gebeuren om toe te werken naar inclusief onderwijs?

Ten eerste moeten reguliere scholen beter in staat worden om kinderen met allerlei soorten ondersteuningsbehoeften te helpen – ook als het gaat om kinderen met een ingewikkelde ondersteuningsvraag. Het is nu vaak afhankelijk van een persoon of de juiste aanpassing wordt geboden. Maar het hele systeem zou flexibeler moeten worden. Daarvoor moeten er betere randvoorwaarden komen: op scholen is er meer expertise, tijd en menskracht nodig om in te kunnen spelen op wat kinderen nodig hebben.

Daarnaast moeten de besluiten over ondersteuning op een andere manier genomen worden. Bij kinderen waar het niet direct voor de hand ligt wat er nodig is, verloopt de besluitvorming vaak moeizaam en niet transparant. School, ouders en andere partijen die betrokken zijn, hebben een verschillende mening over wat er nodig is.

Er wordt snel in oplossingen gedacht, waarbij andere belangen dan die van het kind de boventoon voeren. In plaats van eerst zorgvuldig te onderzoeken wat het kind nodig heeft, zijn belang vast te stellen en hem daar ook zelf goed bij te betrekken.

Als vooraf voor alle partijen (inclusief kind en ouders) duidelijk wordt  gemaakt hoe het belang van het kind wordt onderzocht, hoe de betrokkenheid van het kind zelf er hierbij uitziet en hoe zijn belang vervolgens wordt afgewogen tegen de andere belangen, factoren en omstandigheden die spelen, verbetert dat de besluitvorming en komt het kind sneller op de juiste plek terecht. Deze manier van beslissingen nemen komt rechtstreeks voort uit het Kinderrechtenverdrag, waarin staat dat bij ieder besluit het belang van het kind een eerste overweging is.


Passend onderwijs is voor lang niet alle kinderen toereikend. Dat blijkt uit de reacties die de Kinderombudsman kreeg van de 184 kinderen die deelnamen aan het onderzoek waar het perspectief van kinderen op passend onderwijs centraal staat. Juist voor deze kinderen moet er in Nederland een extra stap gezet worden. Het onderwijs in Nederland moet inclusiever worden, aldus de Kinderombudsman. Lees hier het onderzoek en bekijk hier de toolkit over betere besluitvorming van de Kinderombudsman. 


Op de hoogte blijven? Volg ons op Facebook, Instagram of Twitter.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top Skip to content