“Je moet draaien aan drie knoppen: houding, middelen en vaardigheden”

Als leraar in het regulier en speciaal onderwijs maakte Alfons Timmerhuis kennis met de behoeften van kinderen met én zonder ondersteuningsbehoeften. Als vader van drie kinderen, waarvan de oudste PDD-NOS heeft, leerde hij de wensen van kinderen kennen. Als onderzoeker kwam hij in aanraking met nieuwe mogelijkheden voor inclusie binnen het onderwijs. En nu, als lid van het college van bestuur van Stichting Consent, heeft Alfons één missie: een inclusieve omgeving creëren in het onderwijs, waar ieder kind zich thuis voelt.

In gesprek met Alfons Timmerhuis, lid CvB Stichting Consent

Het kan ook anders

^ Alfons Timmermans, lid CvB stichting Consent

Beginnend als leraar in het speciaal onderwijs, leerde Alfons het reilen en zeilen van het onderwijs voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte goed kennen. Hij had de overtuiging dat hij door leerlingen te begeleiden in deze bijzondere setting, het goede deed voor de kinderen. Maar door nieuwe stappen in zijn carrière zag hij nieuwe dingen, kreeg hij nieuwe ideeën en pakte hij nieuwe kansen: we moeten stappen zetten naar inclusief onderwijs. “Als we willen bouwen aan een omgeving waar respect is voor iedereen, moeten we kinderen ook kennis laten maken met een inclusieve omgeving. Ik weet dat we dit kunnen organiseren en dat het is tijd om dit ook daadwerkelijk te gaan doen,” aldus Alfons.  

Internationale voorbeelden

In zijn zoektocht naar hoe we het onderwijs in Nederland inclusiever kunnen maken, heeft Alfons vele studiereizen gemaakt en georganiseerd naar verschillende landen, zoals Noorwegen, de Verenigde Staten, Duitsland, Oostenrijk, Engeland, Schotland en Finland. “In Newham, een gemeente in Londen, hebben ze al meer dan 40 jaar ervaring met inclusief onderwijs. Ze zijn erin geslaagd om 99,5% van de kinderen met én zonder ondersteuningsbehoeften in één school te onderwijzen. In Nederland lukt ons dat nog niet: meer dan 5% van de kinderen volgt nog onderwijs op een speciale school. Maar als in het Londen lukt, waarom lukt het ons hier dan niet?”

Het grootste verschil dat Alfons zag tussen Engeland en Nederland, was de houding van leerkrachten.

In Engeland stelde men vast dat de school er voor iedereen was, ongeacht wie je bent en wat je nodig hebt. In Nederland, daarentegen, stellen we de vraag: ‘Past dit kind hier eigenlijk wel?’ Zolang we deze vraag stellen, kijken we niet naar de mogelijkheden die inclusie biedt.”

Tegenwoordig neemt Alfons nog vaak nieuwe leerkrachten mee op zijn studiereizen, om voorbeelden uit het buitenland te kunnen inzetten om Nederland een stukje inclusiever te maken. 

Aan de knoppen durven draaien 

Bij Stichting Consent heeft Alfons de verantwoordelijkheid om 32 scholen inclusiever te maken. Om te kijken hoe hij dit het best kon doen, nam hij een voorbeeld aan de methode die in Engeland inclusief onderwijs mogelijk maakte. “Ik leerde dat je moet draaien aan drie knoppen: houding, middelen en vaardigheden. Geen van de drie kan je overslaan; je kunt de houding van docenten veranderen, maar ze moeten ook de vaardigheden hebben om kinderen te begeleiden en de middelen om deze vaardigheden te leren. En vice versa, natuurlijk,” vertelt Alfons. Maar men moet niet te snel in simpele oplossingsmodellen gaan denken, waarschuwt hij.

“We moeten de stip op de horizon in de gaten houden: inclusief onderwijs voor ieder kind. Te vaak denken we dat wij als leraren dé experts moeten zijn op aandoeningen en vormen van ondersteuning voor we kinderen met een ondersteuningsbehoefte onderwijzen. Maar scholing is niet alles: leren werken met kinderen komt heel dicht bij jezelf. Het gaat erom wat jij moeilijk vindt, wat jij wilt doen, wat jij wilt leren.”

Hoe je dat het beste leert?

“Door het gewoon te doen! De beste manier om te leren werken met kinderen met autisme is niet een cursus, maar is het werken met kinderen met autisme.”

Stapje voor stapje naar inclusiever onderwijs 

Alfons is zich bewust dat dit geleidelijk moet gaan: “We mogen niet met kinderen experimenteren. Maar als je het vanuit intrinsieke motivatie doet, op een geleidelijke manier en met genoeg begeleiding, dan leren mensen anders kijken.”

Een goed voorbeeld hiervan zag hij in Oostenrijk, waar een leraar uit het speciaal onderwijs en een leraar uit het regulier onderwijs, samen voor een inclusieve klas staan. Door de verschillende ervaringen leren niet alleen de leerlingen, maar ook de leraren van elkaar. “Dat zouden we in Nederland ook moeten doen. We moeten leerkrachten uit hun isolement halen; we kunnen zoveel meer dan we denken.” Dit zijn de soort initiatieven, volgens Alfons, die helpen om het Nederlandse onderwijs inclusiever te maken, stapje voor stapje.  

Nu is de tijd voor grotere stappen

Steeds vaker komen mensen bij Alfons met de vraag hoe hun scholen, binnen het huidige beleid, inclusiever kunnen worden. “Ik kijk dan weer hoe ik dat met de middelen vanuit het passend onderwijs mogelijk kan maken. Maar hoewel het passend onderwijs een stap vooruit was, is het nog geen inclusief onderwijs. Hiermee zijn wij, internationaal gezien, een uitzondering; de andere landen hadden al eerder gekozen voor het pad naar inclusief onderwijs.”

Volgens Alfons is het tijd voor Nederland om ook écht voor dit pad te kiezen. “We willen vooruit. Ik zie een rol voor de overheid om het onderwijs te stimuleren en begeleiden in deze richting. Ik zie de wil, ik zie de kansen en ik weet dat het kan. Laten we het gesprek starten over hoe we inclusief onderwijs gaan organiseren!”

Op de hoogte blijven? Volg ons op Facebook, Instagram of Twitter.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar top Skip to content